Roseval, bintje, krieltje, eigenheimer, Opperdoezer ronde. Zomaar een greep uit het enorme aanbod aardappelsoorten waarvan we in de keuken dankbaar gebruik maken. We maken er stamppot van, patat, rösti, we voegen het toe aan soepen en maken er smeuïge purees van voor bij het avondeten of over de ovenschotel. De aardappel is een alleskunner en heel voedzaam voor klein en groot. En ondanks dat veel dieetgoeroes ons de laatste jaren anders hebben laten geloven, is de aardappel geen dikmaker. Het zijn vaak de bereiding – bakken in frituurvet bijvoorbeeld – of het kuiltje jus dat zorgt voor de extra calorieën.

Appel van de aarde

De aardappel maakt al eeuwen onderdeel uit van ons menu. Maar wat weten we er eigenlijk van? Daarover kunnen de experts van de kenniswebsite MergenMetz van alles vertellen. Op hun website lezen we dat de aardappel behoort tot de nachtschaden, net als tomaat, aubergine en peper (paprika). Ze maakt knollen, stengelknollen om precies te zijn, die rijk aan zetmeel zijn. De botanicus Gaspard Bauhin gaf de plant in 1590 de naam Solanum tuberosum. Tuberosum is helder, dat verwijst naar knollen. Solanum komt van het Latijnse solatium, dat op comfort, troost en de pijnstillende werking van het geslacht Solanaceae wijst. De Nederlandse naam aardappel zou de vertaling van het Franse pomme de terre zijn: appel van de aarde.

Wilde voorouders

De aardappel is zo’n 13.000 jaar geleden ontstaan. Archeologische opgravingen laten zien dat zo’n 4.000 jaar geleden aardappelen door de Inca’s werden verbouwd. Lang is gedacht dat de aardappel uit Peru/Bolivia kwam, maar genetisch onderzoek heeft aangetoond dat ze minstens twee wilde voorouders heeft, die nog steeds in Zuid-Amerika groeien. Één in het huidige Chili, de ander in het Peruviaanse hoogland.

Nieuwsgierige tuinders

Hoe is de aardappel dan in Europa terecht gekomen? Volgens de auteurs van de website is het meer dan aannemelijk dat de aardappel via Canarische Eilanden, Spanje, Italië naar noordelijk Europa (Duitsland) is getrokken. Anderzijds is ze vanuit Colombia in de Verenigde Staten (Virginia) gekomen en via Engelse kolonisten in Ierland en Engeland aangeland. Het lijkt erop dat De Lage Landen hier tussen lagen. Toch duurt het tot eind 18e eeuw voordat de aardappel in het noordelijke deel van Europa een beetje gemeengoed begint te worden. Kennelijk werd het tot dan door nieuwsgierige tuinders en binnen kloostertuinen verbouwd. Boeren zagen er lange tijd geen heil in het gewas, waarvan de groene delen en bessen giftig zijn.

Kartoffelbefehl

Er was een bevel voor nodig om mensen aan de aardappels te krijgen: het Kartoffelbefehl. Frederik de Grote – sinds 1740 de koning van Pruisen – voerde in de roerige tijden vol oorlogen, armoede en ondervoeding op grote schaal de aardappel als volksvoedsel in 1756. Toch durfde geen mens het te eten. Dus Frederik at, en plein publique, een bord aardappelen en bewees dat het niet alleen eetbaar was, maar dat hij ook bleef leven. Dit leidde ertoe dat het Pruisische leger behoorlijk aansterkte en vele veldslagen won. Maar de aardappel werd pas echt volksvoedsel toen Napoleon iets zocht dat langer houdbaar was en waarmee hij zijn soldaten kon voeden. Dus pakweg rond 1800.

Consumptieaardappelen

Inmiddels weten veel nationaliteiten wel raad met de aardappel. De grootste telers van aardappelen zijn China, India, Rusland en Oekraïne, mede dankzij de oppervlakte van die landen. Nederland neemt een tiende plaats in met een dikke 6,5 miljoen ton (miljard kilo) per jaar. Dat is ietsje minder dan Frankrijk. België staat op plaats 22. Aardappelteelt is dus een grote teelt in het kleine Nederland. De aard van de appel is wellicht verschoven van consumptieaardappelen naar die, die louter geschikt zijn voor frites bijvoorbeeld.

Donkere plek

Europeanen eten dagelijks 50 tot 150 gram aardappel per dag. In Latijns-Amerika eten ze er nog meer van: 300 tot 800 gram per dag. Om dit gewicht te duiden: een kleine friet bij McDonalds weegt 75 gram. En, tot slot, hoe bewaar je een aardappel nu het best? Vorstvrij, dat staat voorop, in een goed geventileerde ruimte en in een donkere plek waar de temperatuur tussen de 4 en 8 graden Celsius is. Bij een lagere temperatuur gaat de kwaliteit achteruit. Hogere temperaturen stimuleren uitlopen en maakt de schil taai. Maar zover komt het meestal nooit; dan is de aardappel al lang gekookt, gebakken, gefrituurd of – als-ie er echt niet meer lekker uitziet – veranderd in een stempel voor de kids. Voor dat laatste, check deze tips.